Wellicht heeft u al eens de film 'Battle of the Bulge' gezien. Veel situaties die in deze film worden 'nagespeeld' berusten op de feiten die zich vooral in de noordelijke sector afspeelden. Hoe slecht de film ook is gemaakt, de verhaallijn is redelijk authentiek. Onderstaande tour volgt de weg die Kampfgruppe
Peiper nam op 16 december 1944. Kampfgruppe Peiper was een onderdeel van de 1ste SS-Panzer Division, Leibstandarte Adolf Hitler. Op 14 december, 2 dagen voor de aanval, werd hen verteld dat
hun eenheid een sleutelrol zou krijgen gedurende het Ardennen Offensief. Kampfgruppe Peiper had de beschikking over ongeveer 100 PzKpfw IV tanks en Panther V tanks en een bataljon van 42 Königstigers. Infanterie bestond voor de Kampfgruppe uit het 3de (gemotoriseerde) Bataljon van het 2de SS Panzer Grenadier Regiment.
Joachim 'Jochen' Peiper kwam in 1935 in dienst bij de Waffen-SS en deed voor het eerst van zich spreken in 1940 als hij dient onder Dietrich en nabij Duinkerken zich onderscheid tegen de Britten. Hij ontving het IJzeren Kruis 1ste klas. In Rusland was hij een periode commandant van het 3de SS-Panzer Grenadier Regiment 2.
Voor het ontzetten van het 320st Infantrie Division ontving hij het Ridderkruis. Maar het meest berucht werd hij tijdens het Ardennen Offensief.
Joachim Peiper
Peiper had op een kaart twee Amerikaanse brandstof depots aangegeven gekregen die hij moest gebruiken om zichzelf mobiel te houden. Deze waren nabij Spa en Bullingen. De opslagplaats bij Stavelot was niet bij hem bekend.
Ook was er een onderdeel van de speciale eenheid van Kolonel Otto Skorzeny commando's toegevoegd. Deze eenheid, de Panzerbrigade 150, die uitgerust was met buitgemaakte Sherman tanks en Panther tanks die waren aangepast om voor een Amerikaanse tank door te gaan.
De als Amerikanen verklede manschappen werden verplaatst in dertig trucks en enkele jeeps. Het was een op zich zelf staande eenheid waar Peiper geen grip op had (zie voor meer informatie over 'Skorzeny', HIER).
Het eerste gedeelte van de weg die de Kampfgruppe Peiper zou volgen
De aanvangplaats voor de aanval was Losheim, de grens van Duitsland met België. De spoorbrug was tijdens het terug trekken van de Duitsers opgeblazen en deze was nog niet hersteld. De colonne liep hopeloos vast. Peiper werd razend, orderde alle voertuigen aan de kant zodat hij naar voren kon en
leidde de eenheid persoonlijk over een gedeelte dat lager was, en via de rails wist hij de colonne weer op de juiste weg te krijgen naar Losheim. Kostbare tijd was verloren en Peiper spoedde zich in het donker naar Lanzerath waar hij 's avonds om 11 uur aankwam. Op 17 december, om 5 uur werd Buchholz bereikt.
Hier liep alles weer vast vanwege de terugtrekkende Amerikanen. Peiper wachtte tot er een gat in de colonne van Amerikanen viel en daar liet hij zijn eenheid in plaats nemen. In het donker werden de Duitse tanks door wit gehandschoende paratroopers begeleid. In Honsfeld, waar de rustplaats voor het 394th
Regiment van het 99th US Infantry Division was, kwamen de meerijdende Falmschirmjager van de Panther tanks af en begonnen Amerikaanse soldaten gevangen te nemen. Diegene die waagde te ontsnappen werden neergeschoten. Hier begon ook het soms koelbloedig doden van krijgsgevangen. In Honsfeld werden 19 Amerikanen vermoord.
Zestig voertuigen en vijftien anti-tank kanonnen werden buit gemaakt.
Duitse soldaten trekken de laarsen aan van gesneuvelde Amerikanen
De colonne verplaatste zich naar Bullingen om te gaan bijtanken. Hier lag het 612th Tank Destroyer Battalion ingegraven. Deze wisten enkele PzKmpf IV's uit te schakelen voor ze onder de voet werden gelopen. Ook veroverde Peiper hier een klein vliegveld, nabij Morschneck.
Het vliegveld was in gebruik door een observatie eenheid. Twaalf vliegtuigen werden vernietigd. In het brandstof depot van Bullingen werd 250.000 liter buitgemaakt. Vijftig krijgsgevangen GI's werden gedwongen de Duitse tanks af te tanken. Zodra de colonne zich weer in beweging zette werden de vijftig
Amerikanen gedood (en één burger), ze waren niet langer nodig. De Kampfgruppe was nu opgesplitst in verschillende eenheden die ook secundaire wegen namen naar het westen. Peiper snelde met grote spoed door Ambleve en Born.
De weg die de Kampfgruppe Peiper volgde, door Born
Laat in de middag arriveerde hij op de kruising van de N23 bij Kaiserbaracke en
draaide noordwaarts richting Ligneuville. Daar was het hoofdkwartier van het 49th AAA Brigade gevestigd die de controle had over de batterijen die de vliegende bommen, de V-1's, die Luik als doel hadden te vernietigen. Nabij dit kruispunt liep Colonel Mark Devine, die vanaf Recht kwam met zijn staf, tegen de colonne aan.
Zijn wagen werd beschoten en uitgeschakeld. Devine en twee andere officieren ontsnapten per voet. De kruising is geheel heringericht tegenwoordig en een vergelijking met 60 jaar geleden is niet meer mogelijk.
Een onderdeel van Kampfgruppe, het 3de Bataljon van de 2de SS-Panzer Grenadier Regiment, onder leiding van Major Diefenthal, dat de noordelijke route volgde was de eerste die Ligneuville bereikte.
U bent nu op een punt aangekomen waar zich één van de grootste drama's van het Ardennen Offensief zich heeft afgespeeld, het 'Bloedbad van Baugnez').
Toen de Duitsers Ligneuville binnenreden bleek de stad grotendeels al ontruimd. Alleen een Sherman zonder rupsbanden stond nabij het Hotel du Moulin. De staf van het 49th AAA Brigade had daar hun hoofdkwartier. Maar deze waren gewaarschuwd door een bestuurder van een bulldozer die de Duitsers had zien naderen (zie ook 'Bloedbad van Baugnez'). De staf had daarop het Hotel verlaten, 10 minuten voor de Duitsers Ligneuville binnen trokken. Achter het hotel werden nog eens acht gevangenen doodgeschoten.
De terugtrekkende 9th Armoured Division wist nog een Panther uit te schakelen voor ze naar St.Vith afzakten. Ze waren juist voorbij het kruispunt van Kaiserbaracke toen Peiper daar arriveerde.
Het gedenkteken te Ligneuville, bij Hotel du Moulin, ter herinnering aan de acht vermoorde Amerikaanse soldaten
Voor het vervolg van de route Kampfgruppe Peiper, klik 'HIER'.